In de tijd van de jagers en boeren werd muziek gebruikt als bij vaste gewoontes (rituelen). Rituelen kunnen bestaan uit houdingen, gebaren, dansen, schreeuwen, eten, drinken, slachten enz.
Men had nog geen schrift, muziek werd spontaan gemaakt.
Muziek werd met het lichaam gemaakt:
- stemgeluiden (klanken)
- klappen
- dansen
- bewegen
Er werden eenvoudige instrumenten gebruikt.
- Fluitjes van voetkootjes
- Fluitjes met toongaten
- Fluitjes van beenderen
Muziek had ook iets magisch, iets bovennatuurlijks.